Engels

Engels op jongLeren

          

Doelstelling
Jonge kinderen leren spelenderwijs een taal wat leidt tot een betere uitspraak en een grotere algemene vaardigheid om een taal te leren.
In het dagelijks leven komen kinderen steeds meer in aanraking met Engels bijv. via televisie en internet. Jonge kinderen hebben de aanleg om spelenderwijs een taal te leren dus in de onderbouw is er aandacht voor vooral spreek- en luistervaardigheid.
In de middenbouw is er minder aandacht voor Engels om de nadruk te leggen op het leren lezen en schrijven in het Nederlands. In de bovenbouw worden lees- en schrijfvaardigheid belangrijk dus zullen er meer projecten en activiteiten in het Engels gedaan worden.


Start in groep 1 en 2
Met een start in groep 1 en 2 van de basisschool, wordt goed gebruikt gemaakt van het vermogen van kinderen om spelenderwijs een taal te leren. De taalgevoelige periode van kinderen wordt wel gezien als de leeftijd van 0 tot 7 jaar. Na het tiende levensjaar neemt het vermogen om spelenderwijs te leren af en verloopt het taalleerproces moeizamer.
Het vroeg aanbieden van een tweede taal aan jonge kinderen, kent onder andere de volgende voordelen:

  • De ontwikkeling van het metalinguïstisch bewustzijn: het vermogen om na te denken over en te reflecteren op de eigenschappen en functies van taal. Kinderen die al op jonge leeftijd in aanraking zijn gekomen met de verwerving van een andere taal ontwikkelen dat bewustzijn eerder en beter.
  • De ontwikkeling van een goede uitspraak. Voor jonge kinderen die een tweede taal verwerven is het makkelijker een goede uitspraak in die taal te ontwikkelen dan voor oudere leerders. De ontwikkeling van psychologische flexibiliteit. In tegenstelling tot oudere leerders (pubers/adolescenten) zijn jonge kinderen bereid in de huid te kruipen van iemand die een andere taal spreekt. Dat bevordert de positieve attitude ten opzichte van andere talen en tweede taal-leerders.

Groep 3-4
In groep 3 en 4 ligt de nadruk op het leren lezen en schrijven in het Nederlands. Pas als de leerlingen die basis onder de knie hebben, kan er een begin gemaakt worden met lezen en schrijven in het Engels. Kinderen die aangeven daaraan toe te zijn kunnen al wel kennismaken met de schriftelijke vaardigheden in het Engels.
In de bovenbouw worden de lees- en schrijfvaardigheid belangrijk. Daarnaast zullen er activiteiten in het Engels gedaan worden, zoals projecten of een toneelstuk.
Groep 5 t/m 8
Wanneer kinderen wat ouder zijn dan bij de start in groep 1 en 2 gaat het leren van een tweede taal minder spelenderwijs. Jonge kinderen leren een taal spelenderwijs, oudere kinderen kunnen zowel impliciet als expliciet leren. De meeste kinderen hebben ongeveer de periode van hun zesde tot hun twaalfde jaar nodig om, op basis van de taal die ze tot dan toe geleerd hebben, het taalsysteem bewust onder de knie te krijgen. Een tweede taal kan alleen geleerd worden wanneer het bewustwordingsproces van de taalregels al een eind gevorderd is. Leerlingen in groep 5 of 6 kunnen bijvoorbeeld gebruik maken van hun taalkundige kennis door wat ze weten over hun moedertaal in te zetten bij de verwerving van de tweede taal, zoals het feit dat werkwoorden vervoegd moeten worden.
onderscheid in taalvaardigheden per leeftijd

Werkwijze
Introductiefase:
Activering van voorkennis, verduidelijking van de taalsituatie, opdracht leerlingen, aansluiting bij belevingswereld van de leerling.
Presentatie/inputfase:
Nieuwe taal wordt aangeboden, taalproductie
Oefenfase:
Oefening door middel van verschillende werkvormen, verwerking van opdrachten.
Overdrachtfase:
Fase van vrije taalproductie, toepassen van geleerde taal in nieuwe situaties.


Copyright > Openbare basisschool JongLeren 2018